Welkom op de site van Jacques Vriens!

Voor het bekijken van zijn site heb je minstens versie 8 van de Flash Player nodig Je kunt deze gratis downloaden op de site van Macromedia klik hier om direct naar de downloadpagina te gaan.

Jacques Vriens (1942) is een van de bekendste en succesvolste auteurs van kinderboeken in Nederland. Hij werd geboren in Den Bosch en verhuisde in 1952 naar Helmond, waar zijn ouders een hotel begonnen. Bij het hotel hoorde een toneelzaaltje. Daar voerde Jacques samen met vriendjes en vriendinnetjes toneelstukken op. Ze verzonnen dan een verhaal en speelden dat voor de andere kinderen uit de buurt. De voorstellingen draaiden nogal eens op ruzie uit, omdat sommige spelers zich niet aan hun rol hielden. Ineens wilde iemand geen heks meer zijn of voor boef spelen. Op een dag besloot Jacques (hij was toen acht jaar) alles op te schrijven, zodat iedereen voortaan precies wist hoe het toneelstuk in elkaar zat. Zo ontdekte Jacques dat hij schrijven erg leuk vond en hij begon ook verhalen te schrijven. Het werd een echte hobby. Op de middelbare school werd hij al snel lid van de schoolkrantredactie en hij deed ook mee met verschillende verhalenwedstrijden. Op zijn zestiende verhuisde hij met zijn moeder naar Amsterdam. Daar maakte hij de HBS (een soort Havo) af en volgde daarna ‘de kweekschool’ (dat heet nu PABO, de opleiding tot onderwijzer). Op de HBS en op de kweekschool deed hij volop mee met het schooltoneel en schoolcabaret waarvoor hij ook teksten schreef. Na zijn opleiding werkte hij met veel plezier in het basisonderwijs en was ook nog negentien jaar directeur van twee verschillende scholen. Eerst in Abcoude op de OBS De Manse en later in het Brabantse Bakel op OBS De kleine kapitein. Het onderwijs maakte hem enthousiast voor kinderboeken. Taalfouten Toen hij zelf nog als kind op de basisschool zat, maakte hij ontzettend veel taalfouten. Later snapte Jacques dat hij enigszins dyslectisch (woordblind) is, maar dat hadden meesters en juffen in die tijd nog niet zo in de gaten. Hij schreef bijvoorbeeld ‘De soep is oem’ als hij moest opschrijven ‘De Poes is moe’. Wanneer Jacques een verhaal schreef, kreeg hij het dan ook vaak terug van de meester met héél veel dikke vette rode strepen erin. Eronder stond dan: ‘Leuk verhaal, jámmer van al die taalfouten!’ En dan kreeg Jacques meestal een 2 of een 3. Toch liet hij zich daardoor niet tegenhouden. Hij wilde nou eenmaal graag verhalen schrijven. Later kreeg hij een aardige juf die hem heeft geholpen en allerlei trucjes leerde om minder fouten te maken. Tegen kinderen die ook dyslectisch zijn, zegt hij vaak: ‘Geef de moed niet op. Als je graag wilt schrijven: gewoon doen! Niet te veel denken aan de fouten die je maakt. Laat iemand anders het achteraf even nakijken. Dyslectie is best lastig, maar maak het probleem niet groter dan het is. Ik maak nog steeds fouten, maar gelukkig is mijn vrouw Thérèse heel goed in spelling.’ Eerste boek en wat daarna kwam In 1976 kwam zijn eerste boek uit: Die rotschool met die fijne klas. In 1993 besloot hij (na lang aarzelen) te stoppen met school en fulltime schrijver te worden. Hij vond het onderwijs nog steeds erg leuk, maar het leek hem ook fijn om meer tijd te krijgen voor het schrijven. Inmiddels heeft hij al meer dan zestig boeken geschreven. Zijn boeken zijn ook erg populair bij de Nederlandse Kinderjury en werden al achttien keer ‘getipt’ (dat wil zeggen dat ze bij de top-vijf horen). In 2003 won hij voor de vijfde keer de prijs van De Nederlandse Kinderjury met Meester Jaap maakt er een puinhoop van. Het boek De school is weg werd genomineerd. Als je ‘Bekroningen’ aanklikt, zie je alle prijzen op een rijtje. In 1979 ontving Jacques Vriens zijn eerste Zilveren Griffel voor Zondagmorgen, een boek voor kleuters. Voor Tinus-in-de-war won hij in 1991 een griffel. Voor zijn boek Grootmoeder, wat heb je grote oren kreeg hij de Prijs van de Samenwerkende Kinderboekwinkels. Voor Tommie en Lotje, O mijn lieve Augustijn 5622 en Willem en Dikke Teun kreeg hij de Pluim van de Maand. Lezen is leuk Jacques Vriens deed als meester ook erg zijn best om kinderen enthousiast te maken voor boeken. Lezen is leuk en handig! Leuk omdat je heerlijk je eigen fantasie kunt gebruiken. Én handig omdat het dan ook geen moeite kost om bijvoorbeeld een tekst uit je aardrijkskundeboek te lezen. Het is misschien al een vervelende tekst, maar als je dan ook nog moeite hebt met lezen, wordt het hélemaal een klus. Ook nu Jacques niet meer op school werkt, blijft hij zich inzetten voor het plezier in lezen. Hij vertelt daar graag over op ouderavonden, Pabo’s en bijeenkomsten waar veel onderwijsmensen bij elkaar zijn. Daarnaast komt hij ook graag op scholen en in bibliotheken om met de kinderen over zijn boeken te praten. Toneelspelen en voor toneel schrijven Naar aanleiding van zijn boek Grootmoeders grote oren... maakte Jacques een theatervoorstelling waarmee hij regelmatig in echte theaters optreedt, want hij kan het toneelspelen nog steeds niet laten. Dat doet hij dan samen met zijn zoon Casper, die alles van theaterlicht en geluid weet. Fredrike de Winter speelt ook volop mee in de voostelling: zij componeerde de muziek, voert die uit en speelt zelf ook een rol in de verhalen. Samen met Casper en Fredrike maakte Jacques ook een nieuwe voorstelling voor oudere kinderen: Het geheim van meester Jaap en andere verhalen. Inmiddels heeft hij ook al een paar van zijn boeken voorgelezen op CD, waaronder Meester Jaap, Meester Jaap doet het weer, Achtste-groepers huilen niet, De verdwijning van de mislukte barbie en De redding van de zwevende oma. Wil je zijn stem horen, dan moet je dus naar de boekhandel gaan of naar de bieb en naar zijn luister-CD’s vragen. Af en toe maakt hij ook toneelstukken voor kinderen. Zo schreef hij De kinderen van Hamelen, Lampkapje en de wolf (uitgegeven bij Vink, Alkmaar) en Mag ik mee naar de maan? (De Toneelcentrale, Abbekerk). Heel af en toe maakt hij ook een uitstapje naar het volwassenentoneel en schrijft tragikomedies met een lach en een traan (hij schreef o.m. Het Kamertje, Craquelé, Zoete melk met brokken en Wilde Marjolein en Tijm). Zijn grootste hobby is (naast schrijven) nog steeds toneelspelen. Hij heeft in Maastricht samen met vier andere mensen een eigen toneelclub met de naam Theatergroep Mergel. Adviseur Verder is hij nog een dag in de maand werkzaam als ‘adviseur’ bij een kinderboekenuitgeverij. Samen met zijn uitgeefster Judith Boerma leest hij dan de nieuwe boeken die naar de uitgeverij worden gestuurd en kijkt of er misschien iets bij zit, dat kan worden uitgegeven. Hij helpt ook graag jonge schrijvers en geeft hen tips. Familie en wonen in Zuid-Limburg Jacques is getrouwd en heeft twee grote zonen (Boris en Casper) en twee kleinkinderen (Jelle en Evi). Hij is heel blij met zijn kleinkinderen en ze zorgen ook voor nieuwe inspiratie. Hij schreef zelfs al een paar boekjes over Jelle en Evi. Kijk maar eens bij zijn boeken. Zijn vrouw Thérse is altijd de eerste lezer van zijn verhalen. Hij woont samen met haar in een mooi dorp in Zuid-Limburg. Thérse en hij wandelen erg graag en vaak trekken ze een dagje de heuvels en de bossen in. In zijn zak heeft Jacques altijd een klein notitieboekje om nieuwe ideeen op te schrijven die hem tijdens het wandelen invallen.… Het Limburgse land en zijn eigen jeugdjaren in een hotel inspireerden Jacques tot een serie over vier kinderen die opgroeien in een Limburgs familiehotelletje onder de titel De Bende van de Korenwolf. De serie is een groot succes. Er zijn inmiddels al zeven delen van. Limburg bracht hem ook op ideeën voor zijn boeken over vroeger. Als meester gaf hij graag geschiedenisles en vertelde dan vooral spannende, grappige en ontroerende verhalen. Dat doet hij ook in zijn historische boeken: Weg uit de Peel, Tien torens diep en Oorlogsgeheimen. Ridderorde In 2001 werd Jacques door de koningin benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij kreeg die ridderorde voor zijn boeken en omdat hij bijna twintig jaar met veel enthousiasme directeur is geweest in het basisonderwijs. 7.11